Methodologische Maatstaven

Methodologisch

me·tho·do·lo·gisch

/metodoloɣis/
bijvoeglijk naamwoord

1. behorend tot, betrekking hebbend op de methodologie, uit het oogpunt daarvan

Maatstaf

maat·staf
zelfstandig naamwoord; de (m)

1. (eigenlijk) maatstok

2. (figuurlijk) datgene waarnaar men iets beoordeelt of bepaalt, regel waarnaar gehandeld wordt
synoniem: standaard, criterium, norm

- een maatstaf voor beoordeling, kwaliteit, succes

- een andere maatstaf aanleggen
bij de beoordeling van iets een andere norm hanteren

- dat is geen (zuivere) maatstaf
daarnaar mag of kan men het (hem of haar) niet beoordelen

Bron: Internet:
www.Limo.be
www.vandale.be